fbpx

Miscommunicatie

5 min. leestijd
Miscommunicatie

Communiceren gaat over het overbrengen van een boodschap van de ene persoon naar de andere(n). Je kunt niet niet communiceren. Je brengt altijd een boodschap over, zelfs als je niet beweegt en niets zegt.

We communiceren met onze woorden (verbaal), het gebruik van onze stem (paraverbaal) en met ons lichaam (non-verbaal). De woorden bepalen slechts de inhoud van onze boodschap. De context van onze woorden wordt bepaald door aspecten als lichaamshouding, gezichtsuitdrukking, gebaren en intonatie.

Het geheel vormt de betekenis van de communicatie. Uit onderzoek blijkt dat verreweg het grootste deel van deze betekenis wordt gevormd door de paraverbale en non-verbale aspecten van onze communicatie.

De basisbehoefte bij communicatie is begrepen worden. Als je een boodschap overbrengt, wil je immers dat de ontvanger je boodschap en bedoeling begrijpt.

Helaas is er in de praktijk nogal eens sprake van miscommunicatie. De boodschap wordt niet begrepen en wij worden niet in onze behoefte gezien.

Vervolgens ontstaat een discussie op inhoud, terwijl daar het probleem vaak niet zit. Om dit beter te begrijpen biedt het model van de Duitse psycholoog Shulz von Thun uitkomst.

Volgens Shulz von Thun bestaat iedere boodschap die we communiceren uit vier aspecten. Iemand die effectief communiceert – dus zowel bij zenden als luisteren – houdt rekening met alle vier deze aspecten.

1. Het inhoudelijke aspect – Dit aspect betreft de inhoudelijke boodschap zelf, de woorden, een beschrijving van feiten. Dit is zoals genoemd het aspect dat bij discussie doorgaans het meeste aandacht krijgt, terwijl onenigheid meestal zijn wortel vindt in één van de overige drie aspecten.

2. Het expressieve aspect – In iedere vorm van communicatie laat de zender iets van zichzelf zien, een deel van zijn persoonlijkheid. Dit aspect heeft veel te maken met hoe je over wilt komen op de ander en komt tot uiting via de non-verbale en paraverbale communicatie. Het expressieve aspect verschilt enorm per situatie.

Vergelijk een sollicitatiegesprek maar eens met een etentje met een goede vriend(-in). Welke verschillen kies je in kledingkeuze, woordgebruik, houding, intonatie etc.

3. Het relationele aspect – Met iedere boodschap communiceren we ook iets over de relatie met de ander. Door aspecten als houding, mimiek en woordkeuze laat je weten hoe jij de relatie met de ander inschat. Je geeft hiermee een impliciete mededeling over hoe jij de nader (in relatie tot jou) ziet. Dit aspect vormt vaak een bron voor conflict.

Vragen als Voel je je gewaardeerd? Is er respect? Hoe liggen de verhoudingen? Wie is de baas? spelen hier een rol.

4. Het appellerende aspect – Dit aspect zegt iets over je bedoeling en de manier waarop je de ander wilt beïnvloeden. Communicatie is een circulair proces: wat jij doet beïnvloedt de ander en vice versa. Het is onmogelijk anderen niet te beïnvloeden. Het appellerende aspect heeft in deze zin te maken met macht, en is er op gericht iets bij de ander te bewerkstelligen.

Een opmerking als ‘Ik heb honger’ kan een neutrale boodschap zijn, maar kan ook een impliciete opdracht in de vorm van: ‘Maak wat te eten voor me’ of ‘Kook voortaan wat meer’ inhouden.

Wil je effectief communiceren? Focus je dan op alle vier de aspecten van communicatie. De kwaliteit van je communicatie is het effect dat het heeft op de ander.